Ontdek de Heerlyckheid

    Anno 1139 was Ruinen een Hoge Heerlyckheid. Otto van Runen kreeg in dat jaar de rechten van het Bisdom van Utrecht. De heren van Runen woonden op hun kasteel de Oldenhave. Deze havezathe is helaas niet meer zichtbaar, evenals het klooster achter de Mariakerk (nabij huidige Buitencentrum de Poort). De heren van Ruinen hadden een eigen herenbank in de kerk, waarvan nog steeds een replica zichtbaar is. Het was een tijd waarin Ruinen zijn eigen wetten en rechtspraak had. Men mocht hier zelfs de doodstraf uitdelen. En dat gebeurde dan ook. Op de weg van Ruinen naar Pesse (de oude Postkoetsroute) zie je nog een lichte glooiing in het landschap… de Galgenberg.

    De bekendste heer is Jan van Runen en zijn vrouwe Zwedera van Rechteren. Zwedera was een jonge vrouw van 14 jaar die met de dertig jaar oudere ridder Jan van Ruinen moest trouwen, vanwege haar bruidsschat. Zwedera, die gewend was aan het meer stadse Deventer, leidde in Drenthe het leven van een jonkvrouw met feesten en jachtpartijen. Maar het verhaal gaat dat zij na jaren van plezier en genot haar heil zocht bij het Benedictijner klooster van Ruinen. Na de dood van haar echtgenoot werd ze uit Oldenhave verdreven door een rijke jongeman omdat zij weigerde met hem te trouwen. De Heerlyckheid hield op te bestaan vlak voor de Franse tijd aanbrak. Zij werd - naar zeggen - in delen verkocht via een advertentie in de Leidsche Courant in het jaar 1798.

    De ‘gewone’ Runer verdiende de kost met het bewerken van land en het hoeden van vee. Families woonden in boerderijen aan de Brink – een plek in gezamenlijk eigendom.

    Oorspronkelijk lag zo'n brink aan de rand van het dorp waar de koeien en schapen 's avonds en 's ochtends bijeenkwamen. De eiken of populieren werden wel gebruikt als bouwmaterialen. Door de groei van de dorpen kwam die brink later vaak in het centrum van het dorp te liggen en kreeg het een centrale functie als marktplein.

    1200px-Oldenhave_door_Cornelis_Pronk_1732.jpg
    Heerlijkheid_Ruinen.jpg